Ga naar hoofdinhoud

Met veel dank aan Jan Kol voor de inspiratie voor het samenstellen van deze pagina

De Automobiel: nieuwste uitvinding

De uitvinder van de eerste echte auto was Karl Benz in 1871. Dat is nog maar zo’n 150 jaar geleden.

Ervoor waren er wel modellen die leken op auto’s, al gingen die maximaal 25 km per uur – net zo hard als jij met wind mee kan fietsen – en reden die niet op benzine, maar op stoom.

De auto zoals we hem nu kennen ontstond pas toen de verbrandingsmotor was uitgevonden.

Na 1885 gingen ook andere bedrijven auto’s met een benzinemotor bouwen. Er kwam een echte auto-industrie, die steeds verder innoveerde.

De Amerikaan Henry Ford bracht in 1908 de Ford model T (de T-Ford) op de markt. Dat was een redelijk betrouwbaar vervoermiddel. En betaalbaar voor de gewone burger, omdat deze auto in de fabriek kon worden gebouwd, in plaats van op bestelling met de hand!

In Europa reden in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw alleen nog rijke mensen in auto’s. Pas na 1930 waren het Fiat, Citroen en Austin die goedkopere auto’s voor iedereen begonnen te ontwikkelen. In 1937 rolde de allereerste Volkswagen Kever van de band (ontworpen door Ferdinand Porsche). Met het doel dat de Kever voor elke burger in Europa betaalbaar zou zijn.

Voorloper van de auto

Volkswagen Kever. Op de achtergrond een Ford.

Autosport op straat

Autosport is gewoon op straat begonnen. Aan het eind van de 19e eeuw werden er lange races georganiseerd van hoofdstad naar hoofdstad, zoals van Parijs naar Madrid. In 1898 was de race van Parijs naar Amsterdam en terug. Dat was de allereerste keer dat een evenement van autosport in Nederland plaatshad. 

Het was niet zonder risico’s en praktische bezwaren om zulke races te rijden op (vaak onverharde) wegen waar normaal ook ander verkeer rijdt. Er werd bedacht dat je veel meer snelheid kunt maken op een speciaal daarvoor bestemd terrein: zo ontstond het idee voor de circuits.

In Scheveningen werden er een paar races gehouden, maar de autosport was nog niet bijzonder populair onder de Nederlanders. Eind jaren ’30 van de vorige eeuw, wilde een burgemeester in Zandvoort daar verandering in brengen. Hij wilde de liefhebberij voor auto’s aanwakkeren en vooral ook Zandvoort als kustplaats internationaal onder de aandacht brengen. Die burgemeester heette Henri van Alphen (1881-1966) en hij nam het initiatief om autoraces in zijn dorp te organiseren!

Via de veerboot bij Nijmegen weer de weg op

Stratencircuit

Burgemeester Van Alphen wilde mooie race-evenementen mogelijk maken in zijn kustdorp. Maar het aanleggen van een heel nieuw, speciaal daarvoor bedoeld circuit was een grote onderneming en heel duur. Hij had niet veel steun vanuit de gemeenteraad. Daarom werd gezocht naar een tussenoplossing: een traject over bestaande wegen, een parcours dat kon worden afgezet.

Waar nu Centerparcs ligt, daar was in die tijd nog geen bebouwing. Er werd juist een nieuwe wijk gebouwd in Oud-Noord. Er was nog best plaats voor een race! Het stratencircuit werd aangelegd waar nu de Van Lennepweg, de Nicolaas Beetslaan en de Vondellaan liggen.

Het stratencircuit werd 2284 meter lang (dat is dus bijna 2,3 km, twee kilometer korter dan het huidige circuit).
Er werden houten tribunes langs de route gebouwd en een pit gecreëerd.
De dag voor het evenement kon er worden geoefend op het parcours met de auto’s… Op 3 juni 1939 vond hier dan de allereerste race van Zandvoort plaats.

Eigenlijk is het stratencircuit een mooi voorbeeld van creatief zijn met de middelen die je hebt. 

Bijzondere kruising stratencircuit

Ter hoogte van de Vondellaan-Van Lennepweg was een enge kruising waar raceauto’s van beide kanten aankwamen… Recht op elkaar af, vlak voordat ze allebei de bocht moesten nemen. Dat was best spannend, want de enige bescherming was een afzetting van strobalen. Je kunt het een beetje zien op de foto hierboven.

Met deze route kon je zo wel veel tegelijk zien als publiek op de tribune. Het was echt een spektakel.

De langste race van de dag was 45 rondes waar 1,5 uur de tijd voor werd genomen. Piet Nortier won de race en kreeg zijn beker overhandigd door Prins Bernhard.

De burgemeester wist het zeker: dit was zo’n geslaagd evenement, hier in Zandvoort moest een permanent circuit komen!

   

Zeldzame, oude beelden van het aanleggen van het stratencircuit.

Dit is niet heel ver van de plek waar nu het circuit ligt.

Je ziet de oldtimers (toen nieuw!) door de bochten scheuren. Vooral de Duitse merken Mercedes en Auto-Union deden mee aan zulke races.

Doorgewerkt tijdens de oorlog: Paradestrasse

Nog geen jaar later ligt Zandvoort er echter heel anders bij. De Tweede Wereldoorlog is uitgebroken en de badplaats raakt zwaar beschadigd. Vanaf 1942 is het strand verboden terrein en veel hotels en resorts worden gesloopt.

Ondanks de Duitse bezetting blijft Van Alphen vasthouden aan zijn plannen voor een permanent circuit. Het verhaal gaat…. dat hij de Duitse bezetter weet te overtuigen om een ‘Paradestrasse’ aan te leggen. Een lange, brede weg waarop de Duitsers konden paraderen wanneer ze de oorlog hadden gewonnen. De Duitsers zijn enthousiast en met het puin van de hotels wordt een lange, brede straat aangelegd. Van Alphen had echter alles van tevoren uitgedacht want deze paradestraat vormt uiteindelijk het rechte eind van Circuit Zandvoort.

In 1942 wordt de burgemeester ontslagen door de bezetter, opdat een NSB’er zijn functie kan overnemen. Maar na de bevrijding in 1945 keerde Van Alphen terug en is hij met extra enthousiasme verder gegaan met zijn grote plannen voor het Circuit Park Zandvoort.

Een ander geluid over dit stukje geschiedenis is dat al het materiaal van de afgebroken gebouwen werd gebruikt voor het aanleggen van de eindeloos lange verdedigingsmuur, de Atlantikwall (lees hier meer over de Atlantikwall). Dat er dus geen mogelijkheid was voor zo’n Paradestrasse.

Wie heeft het antwoord? De geschiedenis is soms lastig te achterhalen!

De Aanleg van Circuit Zandvoort

Toen Nederland op 5 mei 1945 werd bevrijd lag er dus al een deel van het circuit.

Maar – Nederland lag in puin. Een groot deel van Zandvoort was afgebroken. En nu was de grootste prioriteit voor het land: de wederopbouw van de samenleving. Het bouwen van huizen en infrastructuur (wegen, voorzieningen, openbaar vervoer) voor de bevolking, zodat het gewone leven zo snel mogelijk weer op gang kon komen. Een race circuit? Dat was een luxe-project waar geen schaarse grondstoffen, schaarse arbeid en investering naartoe kon.

In 2021 kwam in het nieuws dat Prins Bernhard senior, een groot fan van de autoraces en de cultuur eromheen, in die tijd heeft gelobbyd om de bouwstop op te heffen voor het Zandvoortse project. Bernhard schrijft via zijn Stichting aan het Ministerie van Wederopbouw dat “de autoraces een meerzijdig voordeel hebben bij het landsbelang”.

Dat heeft zin gehad. In 1948 wordt er begonnen met de bouw van Circuit Zandvoort waarbij de resten van de verwoeste huizen, hotels en andere gebouwen werden gebruikt als fundering voor het wegdek van het circuit. Daarna werd het puin met asfalt bedekt.

Datzelfde jaar al vindt de eerste race plaats: “De Prijs van Zandvoort” in 1948.

En vanaf 1952 staat de Grand Prix van Nederland op de officiële Formule 1-kalender!

Programmaboekje uit 1949

Als je geen toegangskaartje kon kopen voor het Circuit, kon je stiekem vanaf de duintoppen meekijken.

De Grand Prix in Zandvoort

1952: de eerste F1 op Zandvoort

Na een aantal succesvolle races, maakt de race op Zandvoort in 1952 voor het eerst deel uit van de officiële F1 kalender. Alberto Ascari wint en wordt dat jaar ook wereldkampioen.

Ook in 1953 en 1955 staat de F1 race op Zandvoort op de kalender. In 1953 wint Ascari nogmaals en in 1955 gaat Juan Manuel Fangio met de hoogste eer strijken.

Na 1955 volgt een kort intermezzo, waarna de race van 1958 tot en met 1971 onafgebroken deel uitmaakt van het kampioenschap.

Veranderingen van layout

Het circuit was eerst veel groter!

De Britse coureur Sammy Davis (1887-1981) adviseerde bij het ontwerpen van het circuit. Hij gaf aan het begin de tip: zorg voor een snel circuit. Haal trage bochten eruit, zodat de remmen van de auto’s niet zo snel slijten en zodat kan worden geadverteerd met een zo hoog mogelijke gemiddelde snelheid waarvan het grote publiek stijl achterover viel.

Maar de auto’s konden zelf nog niet zo heel snel. Toen de techniek beter werd en de auto’s sneller, werd een circuit zonder vertragende bochten gevaarlijk. In 1971 kreeg de bocht “bos in” daarom een vertragend knikje; een kunstmatige bocht (chicane genaamd). Het werd de Panoramabocht.

In de jaren daarna waren er een aantal heel ernstige ongelukken (zie hieronder), waarna in 1980 ook het Hondenvlak een chicane kreeg, wat de Marlborobocht werd.

Het kostte allemaal geld en tegelijkertijd werd er niet veel geïnvesteerd in de faciliteiten op het circuit, voor zowel de coureurs als de gasten, zoals een restaurant en sanitair. Het Zandvoorts circuit werd ooit nog geprezen om de luxe en moderne uitstraling, maar die zijn op dat moment inmiddels hopeloos verouderd.

1948

1989

1998

De Grand Prix wordt niet meer georganiseerd op het verouderde circuit. En de mensen in de omgeving beginnen te klagen over geluidsoverlast van de hobby-races die er worden gehouden. Er is ook sprake van mogelijke natuurschade voor het omliggende duingebied en de kleine dieren die daar leven, zoals vogels, padden, zandhagedissen en misschien zelfs de korenwolf (een soort hamster).

zandhagedis

De gemeente besloot om het circuit verder van het dorp af te plaatsen. In voorbereiding daarop, wordt de baan in mootjes gehakt totdat slechts de onderste helft overblijft (zie plaatje 2). Een schamele 2,5 kilometer lang meet de baan nu nog maar. De rest wordt verbouwd als golfbaan en vakantiepark.

In 1998 wordt toch weer besloten om het circuit uit te breiden. In grote lijnen ontstaat de baan zoals die nu nog is, met uitzondering van de aanpassingen die speciaal voor de F1 zijn gemaakt in de afgelopen jaren. Als je de plaatjes vergelijkt, kun je zien dat de baan tot een stukje na het Scheivlak nog hetzelfde is als vroeger, het originele ontwerp.

Belangrijkste bron voor dit stuk informatie: deze pagina op Autoblog.nl

Gevaren

Racen is niet zonder gevaren. Vroeger nog veel meer dan nu. De snelheid van de auto’s in combinatie met het competitieve element om als snelste over de finish te komen, maakt dat er ongelukken kunnen gebeuren. Door ongelukken in het verleden, werden er steeds nieuwe veiligheidsmaatregelen getroffen. Zowel aan de auto’s als op de circuits.

Dr. Wim A. Gerlach

De Gerlachbocht is vernoemd naar de bocht waar huisarts Wim Gerlach op 9 juni 1957 verongelukte. Hij was de eerste coureur die een dodelijk ongeluk kreeg op het Zandvoortse circuit. Er was in die tijd nog een groot gebrek aan veiligheidsmaatregelen. Het circuit had bijvoorbeeld nog geen vangrails en in deze bocht kwam de Porsche Carrera Speedster van Gerlach met twee wielen in het mulle duinzand terecht. Dat remde zijn snelheid zo abrupt en sterk af dat de auto een paar meter in de lucht vloog en een meervoudige koprol maakte. Er waren ook nog geen veiligheidsgordels, waardoor Gerlach uit de auto werd geslingerd.

Voor de Grand Prix in 2021 is er nog extra aandacht aan de Gerlachbocht besteed. De bocht is breder gemaakt en heeft aan de linkerzijde een grindbak voor extra veiligheid.

Roger Williamson

In 1973 vond nog een tragisch en dodelijk ongeluk plaats op het circuit. Tijdens de Grand Prix klapte coureur Roger Williamson tegen de vangrail. Zijn auto kwam op de kop terecht en vloog in brand. Op aangrijpende beelden is te zien hoe collegarijder David Purley wanhopig probeert om Williamson te redden. De baanmarshalls (er zijn tijdens een race altijd veel marshalls aanwezig om te zorgen voor veiligheid en een goed verloop van de race) konden weinig tot niets doen. Ze droegen geen brandvertragende overalls en hadden maar één kleine brandblusser. Zo weinig middelen in het geval van brand en levensgevaar; dat heeft opnieuw de ogen geopend voor betere voorzieningen.

Rob Slotemaker

Rob Slotemaker startte in 1957 zijn anti-slipschool in Zandvoort. Zijn hele leven stond in het teken van auto’ s en racerij. Drie decennia lang racete hij op hoog niveau. Hij had oog voor talent, want hij heeft oud-Formule 1 coureur Jan Lammers getraind en gecoacht, en ook topcoureur Wim Loos.

Op 16 september 1979 crasht hij met zijn Chevrolet Camaro tijdens de “Trophy of the Dunes” race. Zijn wagen gleed iets voorbij de Hunserug weg over een plas olie die op het wegdek lag vanwege een opgeblazen motor van een andere Camaro. Rob Slotemaker botste op twee geparkeerde auto’s en brak door de impact zijn nek. Hij overleefde het niet. De 50-jarige nestor van de Nederlandse autosport stierf in het harnas. Het stuk na de Hunserug heeft zijn naam gekregen; de Rob Slotemakerbocht. 

De roep om veiligheid in de sport werd dan steeds groter.

Een filmpje uit 1974 van Rob Slotemaker in actie op zijn anti-slipschool. De Slotemakers Slipschool, vlak naast het circuit, bestaat nog steeds.

Polygoon Bioscoopjournaal. In het geval de video het niet doet, kun je de beelden ook via deze link bekijken.

Documentaire "1: Life on the limit"

Er is een documentaire gemaakt over hoe de de veiligheidsmaatregelen door de jaren heen in de autosport zijn ontwikkeld.

Hier is de trailer te zien:

Toerwagenrace

Er werd (en wordt) ook geracet met minder snelle (en dure) auto’s, maar met auto’s die ook op de openbare weg rijden. Ze zijn dan vaak wel zo aangepast dat ze veel sneller kunnen. De zogenaamde toerwagens. De deelnemende wagens worden vaak ingedeeld in klassen, volgens de cilinderinhoud van de auto’s. Er worden zowel korte races gehouden (sprint-races van bijvoorbeeld 30 min) alsook langeafstandsraces (6 uur, 24 uur, 500 km enz).

Op de beelden een toerwagen-race in 1970, georganiseerd door de Nederlandse Autorensport Vereniging. Liane Engelman wint de 1600cc. Nico Chiotakis wint de 2500cc, waar Rob Slotemaker ook aan meedeed.

Liane Engeman: vrouwelijke coureur

Ook Liane Engeman uit Haarlem wordt ontdekt door Rob Slotemaker! Ze was al van jongs af aan vertrouwd met auto’s omdat ze taxiritjes reed voor haar vaders taxibedrijf. Op het slipterrein durfde ze veel en hard rijden op het circuit ook! Een vrouwelijke coureur was in die tijd bijzonder en nu nog steeds. Dat maakt de ervaringen van Liane best heel speciaal.

Ze wint in 1965 haar eerste race op Zandvoort. Ze verslaat de mannen in de Formule V. Daarna trekt ze naar Engeland, waar ze tientallen races in een jaar reed. Tot 1973 rijdt ze in diverse raceklassen op internationaal niveau.

Ze zou bijna meedoen aan de Formule 1! Toen bleek dat ze zwanger was van een tweeling. Dat veranderde veel voor haar; het racen was in haar tijd nog ontzettend gevaarlijk. Met de nieuwe verantwoordelijkheid voor haar kinderen, kon ze haar verstand niet meer op nul zetten tijdens wedstrijden en is ze gestopt met het racen.

Een leuke reportage over Liane is hier te bekijken.

Reportage: Andere Tijden Sport

Andere Tijden Sport ging op zoek naar (amateur)beelden van de Formule 1 op Zandvoort, tussen 1948 en 1985. Gemonteerd als ‘a day at the races’ reizen we terug in de tijd, vanaf de vroege ochtend als de massa toestroomt tot het einde van de middag, als de winnaar met champagne op het podium staat.

De aflevering van Andere Tijden Sport uit 2020 “We gaan naar Zandvoort” is hier te bekijken.

Jan Lammers

Jan Lammers werkte als kind op de anti-slipschool van Rob Slotemaker, die hem enorm heeft gestimuleerd. Als 16-jarige, nog zonder rijbewijs, reed hij zijn eerste race. Sindsdien heeft hij vele races succesvol gereden en gewonnen. Een aantal jaar deed hij mee aan de Formule 1 (van 1979-1982 en opnieuw in 1992). Hij is in Zandvoort geboren, opgegroeid en woont hier nog altijd. Hij is nu sportief directeur van de Dutch Grand Prix.

In deze video is Jan 17 jaar en werkzaam op de slipschool van Rob Slotemaker. Hij droomt van een mooie carrière.

Max Verstappen

De Formule 1 is opnieuw heel populair geworden in Nederland door het succes van Max Verstappen. Al toen hij jong was, verwachtte de autosportwereld veel van hem, als groot talent en zoon van oud Formule 1 coureur Jos Verstappen.

De wens ontstond om het Circuit van Zandvoort weer op de kaart te zetten, en weer deel te nemen aan de Formule 1. Er is flink gelobbyd en het circuit is helemaal gemoderniseerd. En dan, op 5 september 2021, na 36 jaar, vond er dan eindelijk weer een F1-race plaats in Zandvoort.

En wie won er? Max Verstappen natuurlijk!

Max Verstappen in 2009 met zijn vader.

Geschiedenis aanraken: Historic Grand Prix

Wil je de type auto’s door de jaren heen van dichtbij bekijken en allerlei vragen stellen?

Elk jaar wordt voor liefhebbers van de raceauto’s van weleer de Historic Grand Prix georganiseerd op het circuitterrein én in het dorp. De mooiste racewagens uit verschillende decennia van de vorige eeuw gaan dan de strijd met elkaar aan. Je ervaart hoe het er in de beginjaren van de Formule 1 aan toe ging. De stoet oldtimers trekt na de race naar het dorp, zodat iedereen de bolides van dichtbij kan bewonderen.

Back To Top